3 / 5

Ik ben hele jaren kwijt door prutswerk, tijd die ik nooit meer terug krijg.

Christine

Centrum

Door de gevolgen van PTSS, weet ik nu waarom ik in een burnout belandde en jarenlang het vermogen verloor om te kunnen lezen, schrijven en zelfs praten. Toen de klachten begonnen, wist ik niet wat een burnout was. Ik herkende de signalen niet, mijn omgeving evenmin. In 2010 verliet ik mijn toenmalige vriendin en in de aanloop naar de breuk begonnen de klachten. Als ik geld wilde pinnen, wist ik ineens mijn pincode niet meer. Vaak had ik ineens een black-out gedurende de dag. Ik maakte me daar wel zorgen om, maar ik schoof alles op mijn relatie. De aanloop was lang, totdat ik op een dag door de stad fietste en voelde dat ik niet meer vooruit kwam. Ik ben opgegroeid in Oostenrijk, en fietste dagelijks met gemak veertig kilometer door de bergen, dus ik was altijd heel sterk. Misschien is dat een reden dat ik zo lang heb kunnen doorgaan. Mijn kaars was langzaam gedoofd. Ik vertrok bij mijn ex en verhuisde naar een tuinhuisje in Nesselande, waarna de burn out volledig bezit van mij nam. In het tuinhuisje vond ik rust, maar dat duurde niet lang. De ellende moest nog beginnen.

Ik had namelijk nog een eigen koophuis, die ik onderverhuurde. Op een dag kreeg ik ineens het nieuws dat het hele huis 12 centimeter was verzakt door verbouwingen van de buren. De huurder moest eruit, en ik erin. Daar zat ik dan, in een verzakt huis met een volledige burn out, zonder enig idee wat ik moest doen. Ik had geen sociaal netwerk, en ik kende de Nederlandse maatschappij eigenlijk ook niet zo goed. Al die jaren had ik een hele goede baan in de ICT gehad bij Universiteiten en hogescholen waar ik software ontwikkelde, maar ik had me letterlijk nog nooit verdiept in het Nederlandse systeem. Ik wist niet hoe de gemeente werkte, of de zorg. Dat hoefde ook nooit, omdat ik niet afhankelijk was. Achteraf kan ik zeggen dat veel mensen zomaar aannemen dat je als hoogopgeleide weet wat je te doen staat als je zonder baan komt te zitten. Maar dat is absoluut niet zo. Hulp zoeken bleek voor mij ingewikkelder dan een goede baan hebben.

De enige met wie ik nog af en toe contact had, was mijn ex. Ik kan mij nog herinneren dat ze heeft aangeraden om naast een psycholoog ook maatschappelijk hulp te proberen, omdat ik nergens meer toe in staat was. Ik heb mij toen aangemeld bij een organisatie in Den Haag. Mijn hulpvraag was letterlijk: “Ik kan niet meer. Help me, ik kan niet meer lezen of schrijven, ik ben op”. Een jaar lang bezocht ik de psycholoog in Den Haag die ook niet wist wat mij mankeerde. Alle signalen van PTSS werden volledig genegeerd. Bij dezelfde organisatie meldde ik mij aan voor maatschappelijk hulp, maar met die aanmelding ging van alles mis. Ik werkte nog, maar het ging alleen maar slechter en slechter. Maar ik ging gewoon, want ik dacht dat het goed voor me was. Ik wist niet beter. Mijn hulpvraag ging halverwege verloren bij de zoveelste afwijzing, de organisatie liet mij weten dat ik geen recht had op maatschappelijk werk omdat ik in Rotterdam woonde en zij daar geen contract hadden gekregen. Dus werd mijn hele aanmelding eind 2011, twee jaar na mijn eerste aanmelding, doorgeschoven naar de grootste maatschappelijke hulp organisatie in Rotterdam. 

Bij die tijd had ik opgestapelde post tot aan mijn heupen. Ik kon de brieven niet meer openmaken. Je laat je meevoeren, ik raakte blind voor mijn eigen situatie omdat ik geen energie had om het overzicht te bewaren. Ik kreeg een maatschappelijk werkster toegewezen voor 1 uur per week. Die vrouw heeft me volledig laten zitten. Ik zei herhaaldelijk tegen haar, volgens mij is 1 uur te weinig. Ook probeerde ik haar duidelijk te maken dat ik niet meer kon koken en eten. Ik vroeg om hulp. Maar ze koos ervoor om het te negeren. Nu denk ik, waarom gingen bij haar de alarmbellen niet af? Ik heb haar vanaf het begin gewezen op de grote branden. De grootste brand is mijn verzakte koopwoning. Met mijn laatste energie heb ik dat geprobeerd over te brengen, maar zij keek iedere keer andere kant op, naar de kleine brandjes, en die pakte ze dan maar mondjesmaat aan. Ze zag me niet, en hoorde me niet. Maar ik had ook geen energie om nog ergens anders te gaan zoeken. Ik was helemaal op. Het was haar te complex, te veel. Werken ging inmiddels niet meer, ik kwam in de ziektewet. Dat heb ik toen met mijn laatste kracht zelf nog weten te regelen. Maar ik kon niet voorkomen dat ik twee jaar lang leefde op brood en ketchup. 

In de jaren die volgden, probeerde ik zelf de grote brand te blussen van mijn verzakte koophuis. Via social media zette ik allerlei vragen uit en deed ik mini interventies. Ik kon mijn woning niet verhuren, en ik besefte me dat ik iets moest doen om te voorkomen dat mijn hypotheek onder water zou komen te staan. Zo kwam ik bij een danseres uit het buitenland die moest revalideren in Rotterdam en een woning zocht. Met haar eerste huur, heb ik een muur laten plaatsen in de woonkamer zodat ik een deel van de ruimte kon verhuren aan haar. In die tijd kreeg ik veel verschillende huurders, sommige waren druk en anderen weer een beetje gek. Het kostte me zoveel energie, het was uitputtend. Nog steeds probeerde ik zelf te zaken rondom mijn verzakte huis te regelen. Ik schreef een noodbrief naar de bank. Ik stuurde dat ik binnenkort niet meer mijn hypotheek kon voldoen en dat ik ziek ben. Als ik dat nu teruglees vraag ik me af hoe hebben zij mij hebben kunnen begrijpen, het was geschreven in kindertaal. Maar deze bank herkende mijn noodkreet meteen. Ze namen de ernst van mijn situatie serieus en stuurden een accountmanager op me af. Deze meneer heeft aan mijn maatschappelijk werkster kunnen uitleggen dat ik er met mijn inkomen nooit meer alleen uit zou komen. Met een simpel wiskundig sommetje liet hij zien dat ik minstens 170 jaar oud zou moeten worden om mijn hypotheek te kunnen afbetalen. Toen pas luisterde ze naar mij. Het huis moest geveild worden en de accountmanager zou me helpen de schuld te verlagen. Ik kon me ook nog heel vaag herinneren dat ik nationale hypotheekgarantie had, maar niemand kon het vinden. Het juridisch loket niet, de bank niet en de Hypotheker niet. Pas toen het huis geveild werd, twee jaar later, vertelde de makelaar mij dat er in mijn koopcontract stond dat ik hypotheekgarantie had. Inmiddels had ik dreigbrieven ontvangen van mijn buren omdat ik geen funderingshypotheek kon krijgen voor de verzakkingen. Ze wilden me aanklagen. Het leek oneindig. 

De tijd heeft mij de das omgedaan. Tegen de tijd dat mijn woning was geveild eind 2014, voor iets minder dan 20.000 euro, zat ik in een ernstige depressie. Ik dreigde dakloos te raken, omdat mijn maatschappelijk werkster geen huis voor me had kunnen regelen. Uit nood ben ik opgenomen door een vriend, Robbie, die op de nieuwe binnenweg woonde. Maar de jaren hadden mij leeggezogen. Om de vijf minuten gingen de gedachten door mijn hoofd dat ik niet meer verder kon, dat ik niet meer wilde. Het was een gevecht om te blijven leven. En het ergste is, dat het nog niet eens kwam door mijn situatie maar door mijn jeugd. Dat was de bron voor mijn trauma’s, de pijn en depressies. Maar ik wist niet welke hulp ik daarvoor kon krijgen. Bij mijn vriend ging het alleen maar slechter. Ik kon alleen maar slapen. De situatie was heel erg ongezond voor mij.

Een groot lichtpuntje kwam van een invalkracht voor mijn toenmalige maatschappelijk werkster. Het was een jongen die meteen begreep wat ik nodig had. Hij regelde een sociale huurwoning waar ik nu nog steeds woonachtig ben. Ik realiseerde mij door hem pas hoe belangrijk een goede maatschappelijk werker is geweest voor mijn herstel. Hierdoor kwam ik afgelopen zomer voor het eerst in zeven jaar terecht bij een nieuwe instantie voor maatschappelijk werk die mij nu echt heel goed helpen . Zeven jaar van mijn leven ben ik al bezig, maar ben voorheen nog nooit op de radar gekomen van toenmalige teamleiders over de vele problemen rondom mijn casus. Ik ben vele jaren kwijt door prutswerk, tijd die ik nooit meer terug krijg. Ik kan me daarentegen heel goed beseffen wat ik heb meegemaakt, omdat ik een leven heb gekend waarin ik heel zelfstandig was. Het besef komt alleen niet gemakkelijk, er is heel veel ontkenning. Maar daar probeer ik nu verandering in te brengen. Ik ben momenteel bezig een klacht in te dienen bij de grootste instantie van Rotterdam voor maatschappelijk werk, want zwijgen gaat mij niet helpen grip te krijgen op deze oneindige periode. Nu ik goede maatschappelijke hulp heb, kan ik me gelukkig gaan richten op mijn herstel. Eindelijk. Ik heb het gevoel dat ik elke millimeter zelf heb afgelegd om hier te komen. Maar nu kan het, er is nu eindelijk ruimte voor mij.

Christine krijg nu hulp bij de Nico Adriaanstichting, waar het heel goed gaat. Wil je haar helpen? Dat kan door haar te steunen in haar kosten voor neurofeedbacktherapie. Stuur een mailtje naar info@laisamaria.com